foto: EduHulp
'Leer van andermans fouten, want het leven is te kort om ze allemaal zelf te maken.'
foto: Stichting Hope
Onderwijs Wereldwijd
Vooruitgang
Tussen 2000 en 2005 is de deelname aan primair onderwijs wereldwijd met 40 miljoen leerlingen gestegen tot 688 miljoen. In Afrika ten zuiden van de Sahara was de toename met 36% het grootst, gevolgd door Zuid- en West-Azië (22%). Het aantal kinderen dat niet naar school ging nam af van 99 tot 72 miljoen. Volgens de Unesco in haar ‘Education For All’- rapport (EVA) hebben 50 aangesloten landen het millenniumdoel (alle kinderen volgen basisonderwijs) gehaald en is er vrijwel geen analfabetisme meer en zijn de achterstanden voor meisjes grotendeels weggewerkt. Maar nog eens ruim 50 landen nemen een tussenpositie in en zo’n 25 landen zijn erg ver van het doel verwijderd. In deze probleemlanden zijn er bovendien grote regionale verschillen en blijft het platteland ernstig achter op de steden. Structureel is ook de achterstand bij lage-inkomensgroepen zoals slumbewoners.
Grote vooruitgang werd geboekt in bijvoorbeeld Burkina Faso, Ethiopië, India, Mozambique, Tanzania, Yemen en Zambia. Daar staat achteruitgang tegenover in landen die door (bur-ger)oorlogen worden geteisterd. Bij-voorbeeld Irak, Gazastrook en conflictgebieden in Midden-Afrika.
Sinds 2000 hebben 23 landen primair onderwijs verplicht gesteld, waar dat voorheen nog niet het geval was. Wereldwijd steeg de deelname aan primair onderwijs tussen 1999 en 2005 van 83% tot 87%. Dit toename is groter dan in de tien jaar daarvoor.
Geletterdheid onder volwassenen
Wereldwijd kunnen 774 miljoen volwassenen niet of amper lezen en schrijven. 64% daarvan is vrouw. Met uitzondering van China is in deze situatie de laatste tien jaar weinig verbetering gekomen. In ontwikkelde landen steeg het percentage geletterden sinds 1990 met tien procent tot 77%. Naar verwachting zullen van de 100 landen waarin nog niet iedereen heeft leren lezen en schrijven, 70 het millenniumdoel t.a.v. alfabetisme niet halen.
Zorg om kwaliteit
Tegenover de afname van het analfabetisme het aantal niet-schoolgaande kinderen, staat het toenemende aantal noodkreten over de kwaliteit. Deze ondermijnen de doelstellingen van het EFA-programma. Vooral het scholen van volwassenen die niet kunnen lezen en schrijven, laat te wensen over. Maar ook toetsen onder leerlingen die al meerdere jaren onderwijs hebben gevolgd, tonen in veel probleemlanden aan dat het onderwijsrendement nog veel te wensen overlaat. Een groot gebrek aan voldoende geschoolde leerkrachten en goede leermiddelen is hieraan debet.
Gender
Het derde millenniumdoel gaat over gelijke kansen voor mannen en vrou-wen. Het doel richt zich op onderwijs, de sleutel tot emancipatie. In veel landen krijgen meisjes niet dezelfde kansen in het onderwijs als jongens. Ze kunnen vaak niet naar school of haken noodgedwongen eerder af. In 2005 moest het doel bereikt zijn dat er evenveel jongens als meisjes naar primair en secondair onderwijs gaan. In 2015 moet dat ook zo zijn in het hoger onderwijs.
Mannen en vrouwen hebben formeel dezelfde rechten. De praktijk is vaak anders. In landen waar vrouwen traditioneel een rol in het huishouden wordt toegedicht, is de stap naar volwaardig onderwijs groot. Er zijn grote culturele en religieuze barrières. Schoolgeld, uniformen en boeken en andere uitgaven kunnen arme gezinnen tot een keuze dwingen. Meestal zijn het de jongens die de investering wel waard gevonden worden.
Het aantal vrouwelijke leerkrachten neemt wereldwijd toe. Maar in veel landen zijn er nog altijd beduidend minder vrouwelijke dan mannelijke leraren, een rechtstreeks gevolg van de achterstand van meisjes in het onderwijs.
De achterstand in scholing onder vrouwen en meisjes wordt langzaam maar zeker ingelopen al is gelijkheid slechts in 60 landen (van de 129 aangesloten landen) gerealiseerd. Sinds 1999 zijn er 17 bijgekomen en zijn nog eens 19 dicht bij het doel. Naar verwachting zullen in 2015 desalniettemin circa 95 landen het millenniumdoel van gelijke participatie tussen jongens en meisjes niet gehaald hebben. Ook leermiddelen zijn nog onvoldoende emancipatoir en bevestigen nog talloze stereotypen. Een nieuw probleem tekent zich echter af en dat is het achterblijven van de leerprestaties van jongens, met name in het secondaire onderwijs.
Investeringen in onderwijs
Het niveau van de investeringen in onderwijs staat in Noord-Amerika en West-Europa op een hoog peil. Daarbuiten namen de investeringen in onderwijs, uitgedrukt als percentage van het nationaal inkomen, toe in vijftig landen en af in vierendertig sinds 2000. Als we inzoomen op de landen met de grootste onderwijsachterstand dan zien we dat in 2005 4,2% van het BNP aan onderwijs werd uitgegeven, tegenover 3,4% in 1999. Een hoopvolle ontwikkeling.
Hulp voor basisonderwijs
De ontwikkelingshulp voor verbetering van het basisonderwijs in arme landen is sinds 2000 fors gestegen. Maar het is minder dan berekend was en nodig is om het Education For All doel te bereiken in 2015.
Scholing helpt tegen armoede
Het lijkt op het intrappen van een open deur, maar de harde cijfers bevestigen het: hoe hoger geschoold, des te hoger het inkomen en des te kleiner de kans op werkeloosheid. In Nederland verdient iemand die tertiair onderwijs heeft afgerond gemiddeld anderhalf keer zo veel als de gemiddelde Nederlander. In Hongarije twee keer zo veel en in de VS 1,75 keer zo veel.
foto: Dorcas
‘Wie oude kennis koestert en voortdurend nieuwe vergaart, mag een leraar van anderen zijn.’
Seneca
De kaart is afkomstig uit de millenniumdoelenatals.
