Don Herold
Suriname was tussen 1167 en 1975 een Nederlandse kolonie. De omvang van de bevolking is circa 500.000. In Nederland wonen naar schatting 350.000 mensen van Surinaamse afkomst.
Hoewel Suriname niet tot de categorie van allerarmste landen behoort, leeft volgens een schatting van de CIA (CIA World Factbook) ongeveer zeventig procent van de bevolking onder de armoedegrens.
De grote lijn
Het onderwijs in Suriname is overwegend Nederlandstalig en vertoont nog veel kenmerken van het (vroegere) Nederlandse onderwijssysteem. Het onderwijs is gratis en verplicht voor kinderen tussen 6 en 12 jaar. Ruim 90 procent van de bevolking kan lezen en schrijven. Suriname heeft sinds 1967 een universiteit, de Anton de Kom Universiteit. Een probleem is het chronisch tekort aan onderwijzend personeel, geld en leermiddelen. Dit geldt vooral voor scholen in het binnenland. De organisatie van het onderwijs in de republiek Suriname vertoont overeenkomsten met zowel het onderwijs in Nederland als in Vlaanderen.
Het Surinaamse onderwijssysteem is te vergelijken met een verouderd Nederlands systeem. Na de Tweede Wereldoorlog zijn er aanpassingen gepleegd, waarbij vooral naar Indonesië (Nederlands-Indië) gekeken is. Sedert 2000 zijn er plannen gemaakt en deels uitgevoerd voor vernieuwing van de onderwijsstructuur en zijn eindtermen aangepast.
Kleuteronderwijs in Suriname
Kinderen gaan op vier jarige leeftijd naar de kleuterschool en volgen een tweejarig programma, waardoor ze voorbereid worden op de lagere school.
In Suriname gaat in vergelijking met de rest van het Caribisch gebied het hoogste percentage kinderen naar een kleuterschool. Dit heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat voor kleuteronderwijs in andere landen in de regio schoolgeld betaald moet worden, terwijl in Suriname het kleuteronderwijs kosteloos is, op dat van de particuliere scholen na.
De kleuterscholen zijn in de meeste gevallen - meer dan 95% - verbonden aan en vaak ook gehuisvest in lagere scholen, hoewel er sprake is van autonoom beleid. Ze hebben hun eigen leerkrachten, speciaal opgeleide kleuterleidsters. Bijna de helft van de kleuterscholen behoort tot het openbaar onderwijs. De meeste andere kleuterscholen zijn van religieuze gemeenten en worden door de overheid gesubsidieerd. Enkele kleuterscholen zijn particulier en de ouders moeten daar schoolgeld betalen.
Vanaf hun zesde jaar gaan kinderen naar de lagere school, die zes leerjaren telt. Scholen beginnen in de eerste week van oktober. Kinderen die vóór 1 januari daaropvolgend zes jaar worden, mogen ook naar de eerste klas.
Hoewel kleuteronderwijs niet verplicht is, sturen de meeste ouders hun kinderen wel naar de kleuterschool. Een deel van de kinderen in Paramaribo doet al vanaf het derde jaar mee met schoolse activiteiten op peuterscholen, die particuliere instellingen zijn. Voor dat peuteronderwijs moet betaald worden. Een schooldag begint om 08.00 uur en eindigt om 12.00 uur voor de kleuters.
Lager onderwijs in Suriname
Het Gewoon Lager Onderwijs telt zes leerjaren en kinderen worden ingeschreven vanaf hun 6e tot hun 12e jaar. Ruim 80% van de leerlingen bezoekt daadwerkelijk de school. De drop-out is hoog. Er zijn ongeveer evenveel jongens als meisjes ingeschreven. Het onderwijzend personeel op de lagere school bestaat voornamelijk uit vrouwen: 9 van de 10 leerkrachten is vrouw. Vrijwel alle leerkrachten in het kustgebied zijn bevoegd. Er is een groot tekort aan bevoegde leerkrachten in het binnenland.
Ruim de helft van de lagere scholen valt onder het beheer van religieuze organisaties, zoals de Evangelische Broeder Gemeente Suriname, het Rooms Katholiek Bijzonder Onderwijs, de Stichting Scholen met de Bijbel, de African Methodist Episcopal Church (AMEC), de Sanatan Dharm, Arya Dewaker, de Surinaamse Moeslim Associatie, de Wesleyaanse Gemeente, de Zevendaags Adventisten, de Stichting Islamistische Gemeente Suriname en de Stichting Volle Evangelie. Zij worden gesubsidieerd door de Overheid. Het Ministerie betaalt het salaris van de leerkrachten, de religieuze organisaties rekruteren en selecteren zelf hun leerkrachten.
Van de lagere scholen is 51% openbaar, 48% van de religieuze organisaties en 1% is particulier. Allen voor particulier onderwijs moet schoolgeld betaald worden. Een schooldag begint om 08.00 uur en eindigt om 12.30 uur voor de leerlingen van klas 1 en 2 van de lagere school; voor de overigen om 13.00 uur.
Secundair onderwijs in Suriname
Na de lagere school gaan kinderen naar het Voortgezet Onderwijs voor Junioren (voj), deel van het secundair onderwijs.
Het secundair onderwijs wordt onderverdeeld in:
- het Voortgezet Onderwijs voor Junioren (voj)
- het Voortgezet Onderwijs voor Senioren (vos)
Het voj kent een algemeen vormende studierichting, het Meer Uitgebreid Lager Onderwijs (mulo), dat aan het eind verdere studiemogelijkheden biedt op VOS-niveau, soms na een toelatingsexamen. Hiernaast kent het voj beroepsgerichte opleidingen:
- Lager Beroepsgericht Onderwijs (lbgo)
- Lager Technisch Onderwijs (lto)
- Lager Nijverheidsonderwijs (lno)
- Eenvoudig Technisch Onderwijs (ets)
- Eenvoudig Beroepsonderwijs (ebo).
Ets en ebo leiden niet op voor vervolgopleidingen.
Het vos omvat algemeen vormende opleidingen en beroepsgerichte opleidingen:
Algemeen vormende opleidingen:
Het Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs (vwo) bereidt studenten voor op toelating tot de universiteit.
Het Hoger Algemeen Vormend Onderwijs (havo) bereidt studenten voor op het volgen van een Hogere Beroepsopleiding (hbo).
Beroepsgerichte opleidingen:
- het Instituut voor Middelbaar Economisch en Administratief Onderwijs (IMEAO)
- het Natuurtechnisch Instituut (Natin)
- de pedagogische academies.
Bijna alle scholen op vos-niveau zijn openbare scholen. Er is een particulier Atheneum, dat zes jaren duurt.
(bron: grotendeels gebaseerd op informatie van de Nederlandse Taalunie).
De kaart is afkomstig uit de millenniumdoelenatals.
You are viewing the text version of this site.
To view the full version please install the Adobe Flash Player and ensure your web browser has JavaScript enabled.
Need help? check the requirements page.